Ga naar de inhoud

De Asset Orchestrator: de beste keuze voor je hele site

De slimste keuze voor één asset is niet altijd de slimste keuze voor je site. Soms kost hij zelfs geld. Een batterij-strategie die optimaal ontlaadt op piekprijzen, kan samen met je windturbine over de throttle limit gaan. Een zon-strategie die op vol vermogen blijft draaien, kan verliesgevend zijn als de exportkosten hoger zijn dan de marktprijs.

De Asset Orchestrator lost dit op. Elke minuut beslist hij wat elk stuurbaar asset op je site moet doen. Hij verzamelt het advies van elke individuele strategie en neemt vervolgens de beslissing die optimaal is voor de hele site.

Dit artikel beschrijft specifiek de onbalans-orchestrator. We draaien daarnaast losse orchestrators voor de day-ahead en intraday markten, met dezelfde logica.

Hoe een site is opgebouwd

Elke site die wij beheren heeft drie niveaus:

  • Locatie: een fysieke plek, zoals een boerderij of industrieel terrein.
  • EAN: een energie-aansluiting op het net. Een locatie kan meerdere EAN's hebben.
  • Assets: zonnepanelen, windturbines, batterijen of verbruiksmeters. Elke EAN heeft één of meer assets.

De orchestrator werkt over al deze niveaus tegelijkertijd, niet stuk voor stuk.

Wat kunnen we eigenlijk aansturen?

Niet elk asset is stuurbaar, en dat hoeft ook niet.

Batterijen zijn altijd stuurbaar: we sturen ze elke minuut een power setpoint. Zon en wind zijn meestal stuurbaar (we kunnen ze curtailen als de markt daarom vraagt), maar sommige installaties zijn niet stuurbaar. Verbruik is nooit stuurbaar.

Maar dat betekent niet dat onstuurbare assets buiten het verhaal vallen. Ook assets die niet kunnen worden bijgestuurd, zoals onstuurbare zon, wind of verbruik, leveren actuele data aan de orchestrator: hoeveel ze produceren, hoeveel ze verbruiken, en hoe dat zich naar verwachting ontwikkelt. Die informatie wordt meegewogen in elke beslissing. Een onstuurbaar zonpark dat 200 kW levert, bepaalt mee hoeveel ruimte er nog is binnen de throttle limit voor de batterij ernaast.

Onstuurbare assets zijn dus geen blinde vlek voor de orchestrator. Hun data bepaalt mee welke keuzes we maken voor de stuurbare assets ernaast.

Hoe werkt het: twee stappen, elke minuut

Stap 1. Elk asset geeft advies

Elk stuurbaar asset heeft een eigen strategie. Die kijkt naar imbalansprijzen, de day-ahead nominaties die we al hebben ingediend, weersvoorspellingen en productieverwachtingen. Op basis daarvan geeft de strategie een aanbeveling: voor een batterij een power setpoint, voor zon of wind een keuze tussen curtailen of doorproduceren.

De strategie ziet alleen zijn eigen asset. Wat de andere assets op de site doen, weet hij niet.

Stap 2. De orchestrator maakt de keuze

Zodra alle adviezen binnen zijn, combineert de orchestrator ze met vier site-niveau randvoorwaarden. Soms volgt hij de adviezen exact. Soms overrulet hij één of meer, omdat het juiste antwoord voor de hele site soms verschilt van het juiste antwoord voor één asset.

Vier factoren op site-niveau

Bovenop het strategie-advies weegt de orchestrator altijd vier extra factoren mee. Twee op EAN-niveau, twee op locatie-niveau:

  • Energieleverancier-kosten (EAN-niveau): bijvoorbeeld exportkosten die een schijnbaar winstgevende dispatch ineens negatief kunnen maken.
  • Energiebelasting (EAN-niveau): belasting die mee bepaalt of injecteren of onttrekken op dat moment de juiste keuze is.
  • Transportkosten (locatie-niveau): variabele transportkosten die gedeeld worden over alle EAN's op de site.
  • Throttle limits (locatie-niveau): het maximaal gecontracteerde vermogen. De gecombineerde dispatch van alle assets mag dit nooit overschrijden.

Een keuze die optimaal lijkt voor één asset, kan er heel anders uitzien zodra je de leverancier-kosten op die EAN of de transportkosten over de hele locatie meeneemt. De orchestrator weegt alle vier in één keer mee.

Drie voorbeelden uit de praktijk

De onderstaande scenario's laten zien wat en waarom de orchestrator afwijkt van wat één strategie zou aanbevelen.

Voorbeeld 1: Zon en verbruik op dezelfde EAN

Een zonneinstallatie op het dak en een kantoorgebouw zitten op dezelfde EAN. De zon-strategie zegt: blijf produceren. Maar de marktprijs is €0,10/MWh, terwijl de exportkosten van de energieleverancier €0,20/MWh zijn.

De orchestrator curtailt de zon, ook al zegt de strategie van niet.

Exporteren levert €0,10 op, maar kost €0,20. Het netto-resultaat is negatief. De strategie kon dit niet zien, omdat hij alleen naar zijn eigen asset kijkt. De orchestrator kijkt naar de hele EAN-positie. Als het verbruik de productie lokaal opvangt, wordt er niets geëxporteerd en verdwijnt de kostenpost. Anders is curtailen de juiste keuze.

Voorbeeld 2: Wind en batterij die de throttle limit raken

Een windturbine van 600 kW en een batterij staan op dezelfde locatie, met een throttle limit van 800 kW. De prijzen pieken. De wind-strategie zegt: produceer op volle 600 kW. De batterij-strategie zegt: ontlaad met 500 kW. Samen is dat 1.100 kW, oftewel 300 kW boven de limiet.

De orchestrator beperkt de batterij-ontlading tot 200 kW en laat de wind op volle productie draaien.

Waarom? Wind is gratis energie. Curtailen betekent gegarandeerde opbrengst weggooien. Batterij-ontlading verminderen kost niks: de energie blijft gewoon opgeslagen voor later. De orchestrator kiest de goedkoopste output om in te leveren, en blijft binnen de 800 kW limiet. Geen van beide strategieën had dit conflict alleen kunnen oplossen, omdat ze niet weten wat de ander doet.

Voorbeeld 3: Zon en batterij tijdens regeltoestand 2

Regeltoestand 2 is actief, wat betekent dat onbalans duur is. Beide strategieën willen individueel terug naar nul. Dat is op asset-niveau de veilige keuze. Maar het zonpark ontvangt SDE-subsidie per MWh. Het stilleggen ervan betekent die opbrengst onnodig weggooien.

De orchestrator houdt de zon op productie. De batterij laadt op om de output te absorberen. De EAN-positie blijft op nul. Geen onbalansboete. De zon blijft zijn subsidie verdienen. De batterij slaat de energie op voor later.

Dit kunnen we doen omdat we zelf de energieleverancier én BRP zijn. We zien de nominaties. We kennen de EAN-niveau onbalanspositie. Het algoritme weegt dat gewoon mee.